Wie komt voor de val?

Zodra ik mijn neus buiten de deur steek, begint het te regenen. Maar de hond moet eruit en dus gaan we moedig voorwaarts. Onder een galerij besluit ik bij nader inzien toch beter weer af te wachten. Geruis van de stromende regen links van mij en na verloop van tijd een gestage stroom van hemelwater in een regenput. Ik lijk zelfs het bijna zingende geluid van dat water in het riool te kunnen horen. Na misschien tien minuten daalt het geluidsniveau, en vraag ik me af of het nog regent, of dat ik enkel nog de stroompjes hoor die vanaf hoge plaatsen de grond bereiken.

Ik heb intussen wielrenners handschoentjes aangetrokken, om straks nog wat grip op mijn wielen te zullen hebben. Pas als we onze weg vervolgen valt het me op dat er nat dus schurend zand zit aan de beugel van Beau. Alweer een voordeel van handschoentjes dat ik daarvan nu vrij weinig last ondervind. Intussen ziet Beau er al lang meer uit als een verzopen kat, dan als een mooie witte golden retriever. Gelukkig houd ik nu grip op de twee hoepels in mijn rechter hand. Ik ben dus nog bestuurbaar. Pas bij een druk zebrapad realiseer ik me, hoeveel herrie auto’s op nat wegdek maken. Fietsers hoor ik nauwelijks. Of misschien zijn die er niet vandaag?

Grip, controle, ik verlies het niet graag. Dat leidt zowel tot een drang tot zelfstandigheid als tot voorzichtigheid wanneer ik een situatie niet denk te kunnen beïnvloeden. Volledig blind en buitenshuis ook nog rolstoelgebruiker zijn, leidt bijna automatisch tot het uit handen geven van een deel van de controle. Iemand die me eens duwde, vertelde me telkens wanneer we een stoep op of af zouden gaan. Zinloos, want ik wist noch waar ik was, noch had ik de keuze die stoepen niet te nemen. We moesten tenslotte ons reisdoel bereiken. Toen ik hem het zinloze van zijn gedrag onder ogen bracht, begreep hij niet direct dat straatnamen mij meer zouden zeggen dan stoeprandaanduidingen. Het in hem gestelde vertrouwen dat we die stoepen wel zonder ongelukken zouden nemen, verbaasde hem geloof ik een beetje. Maar we zijn gekomen waar we moesten zijn met geen groter ongeluk dan mijn voorwiel dat even in een gootje haakte.

Voor veel blinden of bijna blinden is een geleidehond al jaren een geliefde en vertrouwde vriend en helper in het steeds drukker wordend verkeer. Weet de baas de weg, zodat hij de hond de juiste instructies kan geven, dan betekent dat meestal een reis zonder ongelukken. Hoewel, een keertje struikelen over iets kan iedereen overkomen, zelfs een blinde.

Mijn geleidehond echter, is nog altijd een punt van discussie onder de deskundigen. Want stel, de hond leidt me te dicht langs een stoeprand. Dan struikel ik niet. Mijn wiel schiet simpelweg van die stoep. Dat kan, net als elke struikelpartij, resulteren in een gevaarlijke situatie. Namelijk, dat ik op straat lig en niet al te snel over eind zal kunnen komen.

Ik heb nu bijna acht jaar mijn eerste geleidehond. En vanwege al die gevaren, heeft men nauwelijks de moeite genomen mij duidelijk te maken hoe je als volledig blinde je omgeving het beste in je op kunt nemen. Routes leren, dus gewoon de weg weten naar de bakker en de slager, was daarom voor mij schier onmogelijk toen ik Beau kreeg. We hebben bijna alles zelf moeten doen met wat hulp van de geleidehondenschool, waar enthousiaste mensen dit project een uitdaging vonden die ze niet konden laten liggen. Ik heb weleens een lekke band gehad, ben weleens met een wiel in de modder vastgereden, maar in al die jaren nog maar een keer met mijn achterwiel van de stoep geraakt. Wat er toen gebeurde? Niets. Helemaal niets. De vogeltjes zongen, mijn hond ging rustig zitten, iets anders dan rust kent dit dier niet, en ik zat ook nog steeds scheef vanwege het hoogteverschil van de wielen in mijn stoel, zij het iets minder rustig, omdat ik meestal op een andere manier stoepjes neem. Van vallen was echter geen sprake. Mijn stoel is met aandacht voor detail gebouwd. Na wat wachten, in het zonnetje, dus werd ik er ook nog gratis bruiner bij, kwam er iemand langs die me weer even op de stoep zette. Niet dat ik het niet zelf had gekund, maar ik houd niet van stunt rijden en heb dit dus niet genoeg geoefend. Ja, een voorbijganger kan mij eenvoudig van dienst zijn, want een gewone handbewogen rolstoel van zo’n 13 kilogram is voor de meeste helpers in nood geen enkel probleem. Dat is mijn stoeltje echter wel voor de deskundigen. “Dat kan niet,” zo heb ik vrij recent nog uit het buitenland mogen vernemen. Een elektrische rolstoel, nouja, dat mag dan in de VS, de Nederlandse deskundigen hebben ook daar nog moeite mee. Een handbewogen stoel die met een hand kan worden aangedreven, met daarin dan een blinde begeleid door een geleidehond, dat kan niet.

Toch zijn we ondanks regen en rijden met handschoentjes voor de nodige controle heelhuids thuisgekomen. Met een nat pak, maar zonder struikelen zonder vallen. En daar was niet meer moed of overmoed voor nodig dan de meeste mensen bezitten die hun hondje uit gaan laten. Getuigt het dus zo langzamerhand niet van hoogmoed om te durven beweren dat je als niet-blinde, niet-rolstoelgebruikende deskundige vindt dat dit echt niet kan?

 

Reacties: 1

 
 

De doc was er net weer op!Heb er van genoten. Toch oaberstelvnar dat iemand zich wil laten opsluiten van de buitenwereld en 25 a 35 jaar aan een boek wil werken.. crazy toch!?

(geen reacties meer mogelijk)