Wat was het?

Trots op het succes van de pas aangeschafte Babybjorn zouden we op vrijdag avond nog even snel naar de winkels voor wat kleine dingen. Roosmarijn was uit haar eerste slaapzakjes gegroeid, bij de Hema verkochten ze grotere en zo was er vast nog wel het een en ander dat opeens nodig moest worden aangeschaft. Elk huis kent waarschijnlijk wel zo’n lijstje van dingen die, omdat ze niet echt noodzakelijk zijn, vaak pas gekocht worden op een moment dat ze een excuus vormen voor een wandelingetje met elkaar of met de hond.

Bij ons gaat dat alles heel genoegelijk samen, wij en dat wandelingetje met de hond. Waar wij gaan, gaat hij mee. Dat mogen blindengeleidehonden gelukkig meestal. Maar soms mogen ze dat niet. Als wij dat van tevoren weten, hebben we de keuze, gaan zonder Ilco, of nog maar eens uitleggen dat een geleidehond, zij het niet als hond, maar als hulpmiddel, toch eigenlijk niet geweigerd zou moeten worden. Helpt ons uiteenzetten tenslotte niet, dan zal het waarschijnlijk een kwestie worden van samen uit samen tuis, dus dan maar thuisblijven. Situaties waar een allergie of iets anders ernstigs in het spel is, vormen hierop natuurlijk wel eens een uitzondering. Hoewel ik door het slikken van een pilletje echt niet meer ga zien, zelfs niet voor een paar uur.

Op deze bewuste vrijdag avond echter, stond niets ons optochtje nog in de weg. Hond voorop, kindje bovenop, vertrokken we. Maar nog voor we de straat uit waren, spuugde Roosmarijn een flink slokje melk over de nieuwe babydrager. Stom van ons, daar hadden we even een doekje overheen moeten hangen. Ze spuugt of kwijlt tenslotte vaker wel dan niet. Geen nood, ik heb altijd een babytas achterop de rolstoel hangen, gevuld met het overlevingspakket voor de moderne baby. Daar zitten standaard een paar luiers, schone kleertjes, billendoekjes, faseline, een slab en jawel, ook een doekje in. Alleen de babyvoeding ontbreekt, omdat die maar beperkt houdbaar is. We zouden het dus nog gemakkelijk halen voor Roosmarijn weer wilde eten en het winkelpersoneel wilde sluiten.

Ilco liep ontspannen mee aan de riem. Ik zou niet zelf rijden, maar me lekker door Jurjen naar het dorp laten duwen. Zo konden we ons er enpasant nog eens van vergewissen dat Roosmarijn echt veilig zat en dat ik niet telkens mijn handen voor haar nodig had, wat het rijden en me dan ook nog door Ilco laten geleiden onmogelijk zou maken. Maar halverwege stopten we. “Tuigje vergeten!” Zelfs als Ilco niet werkt, nemen we hem graag mee “in uniform”. Dat betekent wel een tuigje om met de tekst “niet aaien” erop, maar dan zonder de beugel die er normaal gesproken aan vast wordt geklikt. Zeker in mijn geval is dit een handige oplossing, omdat Ilco’s beugel bijna tot zijn staart reikt. Door die verlengde beugel, kunnen we als Ilco werkt gemakkelijker draaien en keren, omdat hij als het moet zelfs even voor de rolstoel kan lopen om onze combinatie zo smal mogelijk te maken. Werkt hij echter niet, dan is die beugel een onhandig ding dat iedereen in de weg zit. Te lang om los op Ilco’s rug te blijven liggen, te lang ook om zomaar aan mijn kleine rolstoeltje te hangen en dus laten we hem soms liever thuis. Maar zonder tuigje is Ilco gewoon Ilco. Een hele lieve, hele grote golden retriever van twee jaar jong. En die mogen niet in ons winkelcentrum. Blindengeleidehonden mogen hier natuurlijk wel.

We besloten het er toch maar op te wagen. Rolstoel plus grote lieve sul van een hond is volgens de meeste mensen namelijk of hulphond of blindengeleidehond. Maar we voelden ons geen van beiden erg op ons gemak. Dus niks nog even kijken hier en nog even snuffelen daar. Snuffelen was nu trouwens al helemaal verboden. Grote stoere Ilco moest zo min mogelijk in de gaten lopen. Natuurlijk zei niemand iets. Want rolstoel plus hond, plus kindje, dat valt niet enkel op, dat vertedert bovendien. Maar nu waren we dan toch bij het meest risicovolle moment van ons tochtje aangekomen, de kassa. Slaapzakjes op de toonbank, Ilco zo dicht mogelijk voor diezelfde toonbank, je kan tenslotte niet weten of er hier ook koekjes worden uitgedeeld, en Roosmarijn slapend tegen mijn borst. “Wat is het? Een jonge vrolijke kassiere die belangstellend vraagt naar… Wat we verwacht hadden, dit niet. Dus antwoordde ik na even denken: “Ons kindje is een meisje en ze heet Roosmarijn en de hond is een blindengeleidehond op z’n vrije avond.” Ja maar,”” wilde ze weten, wat was het nou? Een reu of een teefje en wat voor ras?” Want ze had vroeger thuis net zo’n schat van een hond gehad als deze hier. Na haar verteld te hebben wat Ilco was, verlieten we de winkel.

Eenmaal buiten gekomen vroeg ik me af, wat was het nou dat dit meisje zo sympatiek maakte? Niet dat ze Ilco’s aanwezigheid niet als storend of ongewenst aanmerkte. Ook niet dat ze niet alleen Jurjen had aangesproken. Pas later wist ik het. Deze juffrouw had geen gehandicapte met een knap hondje gezien. Mensen met dat beeld voor ogen, komen we zo vaak tegen, dat ze inmiddels vallen in de categorie hinderlijk, maar ongevaarlijk. Ze zag ook niet zo’n onverantwoordelijk stel dat, terwijl zo’n handicap toch al lastig genoeg is, ook nog zo nodig een kind moet. Mensen die op die manier in het leven staan, bestaan kennelijk. Maar ik heb nog niet het genoegen gehad hen tegen te komen. Deze jonge vrouw had echter gewoon winkelende mensen gezien met een lief klein kindje en een leuke hond. Dat was het.

 

Reacties: 1

 
 

Hé dat is knap zeg van die jongedame! En echt top dat Ilco nog mee binnen mocht zonder tuig ;). Ben mijn tuig ook al wel eens vergeten toen ik met de auto ergens afgezet zou worden, maar ik ben toch even terug naar huis gebracht om het op te pikken :).

(geen reacties meer mogelijk)