Lezen doe je samen

Roosmarijn leest rupsje nooit genoeg Eén van de belangrijkste dingen die ouders een kind mee kunnen geven, is de liefde voor boeken, voor taal. Zelf ben ik vroeger urenlang voorgelezen. Ik vroeg mijn moeder niet om ‘nog een bladzij’, maar om ‘nog een hoofdstuk’.

Roosmarijn datgene te kunnen geven waarvan ik zelf zo heb genoten, blijkt echter een behoorlijk ingewikkelde opgave. Voor blinde ouders met ziende kinderen is er niets. Bij navraag vervalt men, aanvankelijk verbaasd over mijn vraag, in de titels vanaf vier jaar, zonder plaatjes natuurlijk. We hebben het tenslotte over een bibliotheek voor lectuur in aangepaste vorm, een blindenbibliotheek dus. Over de ontwikkeling van de veelal ziende kinderen van ouders met een visuele beperking maakt deze instantie zich kennelijk geen al te grote zorgen. Er zijn wel enkele boekjes met voelbare plaatjes en een luister cd voor blinde kinderen. Ik ken er nu vier, een aantal waarop het gemiddelde kind ruim voor zijn vierde is uitgekeken,

Wat ik dan wil? Heel simpel, de digitale tekst van het boekje, natuurlijk met de paginanummers, zodat ik weet wanneer we in het gewone boekje een bladzijde moeten omslaan. Zo is het boekje ook bruikbaar voor slechtzienden die het naar eigen wens kunnen vergroten. Voor braille heb ik een printer, maar meestal zal ik kiezen voor een handzamer formaat, de laptop met brailleregel, natuurlijk samen met het gewone boekje. Verder – en daar wacht de anderslezen bibliotheken dan een schone taak – een omschrijving van wat er op de verschillende plaatjes te zien is.

Toch lezen we wel degelijk voor. Want wat rijmt leer ik eenvoudig van buiten en voor de rest bestaat er nog de aloude kunst van het verhalen vertellen. Maar samen lezen, samen plaatjes kijken, ook zonder rijm, zou een te verwezenlijken doel moeten zijn, in een kennismaatschappij als de onze. Want begint het verwerven van die kennis niet met het simpel leren lezen en schrijven van onze prachtige taal?
 
Eerder verschenen op:
http://www.telegraaf.nl/vrouw/

 

Reacties: 2

 
Sija op 't Hof
 

Hallo Petra,
Ik las jou stukje over het voorlezen en zat daarna met een dingetjes, mijn man Peter is en ueel beperkt en wij hebben 2 kinderen van 18 en 20 jaar. Voorlezen deed ik altijd en Peter was er voor de spannende verzonnen verhalen die elke avond een stukje verder ging en verder was hij voor het zingen, ravotten en supergek doen met de kids. Het voorlezen heb ik altijd gedaan en zoals ik heb begrepen heeft jouw partner geen beperking dus kan hij voorlezen en ben jij voor de rest. Er zijn heel veel dingen die je wel kan doen met je dochter en geniet daar van. ik snap best dat het moeilijk is maar soms is het gewoon aanvaarden dat dingen niet kunnen ook als je geen beperking heb loop je tegen deze dingen aan.

 

Dag Sija,

Er zijn inderdaad dingen die door mijn beperking onmogelijk zijn. Die doe ik niet en ik vraag niet van anderen ze mogelijk te maken. Dit echter, is nu bij uitstek een bezigheid samen, die, wellicht anders dan vroeger, door de voortschrijdende techniek, zeker wel tot de mogelijkheden behoort. Ik heb een van de manieren beschreven waarop.

Dit is aanvaarden dat je als ouder met een beperking telkens weer opnieuw de weg vrij zult moeten maken voor jezelf, je kind of kinderen, en voor al die anderen die zelf niet zo actief zijn of kunnen zijn.

(geen reacties meer mogelijk)