Rolstoel rijden en routes leren

Over blind leren rijden in een elektrische rolstoel en routes leren met een stok

Rijden in een elektrische rolstoel betekent dat je over een heel behoorlijke oog-handcoördinatie moet beschikken. Zien waar je heen moet en door hele kleine bewegingen met de joystick in de juiste richting rijden. Toen de rolstoel er eenmaal was, leerde ik erin te rijden in de grote hal van onze toenmalige flat en daarna buiten aan de hand van een begeleider, die evenals de latere geleidehond links liep. Maar nu moesten er routes worden geleerd. Dat gebeurde naar goed gebruik door een mobiliteitstrainer van de regionale instelling voor blinden en slechtzienden. Hoewel het ook hier uitleggen, vragen en weer terugbellen om het allemaal nog eens uit te leggen bleek, kwam er uiteindelijk iemand langs die me de eerste keer dat we gingen rijden telkens vroeg of ik echt niets kon zien. Dit waarschijnlijk omdat ik geen muren of deuren raakte. Kortom, omdat ik rijdend doe wat andere blindgeborenen lopend kunnen: hun omgeving door middel van echolocatie waarnemen. Voor mij was dit, omdat ik geen stok gebruikte, lange tijd het enig bruikbare mobiliteitshulpmiddel.

Echolokatie is eigenlijk niets bijzonders. Iedereen kent het fenomeen. Tijdens een fietstochtje door het bos hoor je, vooral wanneer je hard fietst, de bomen langs je heen gaan. Voor iemand met een visuele handicap is dit een heel natuurlijke manier van omgevingswaarneming en bovendien één waarvoor geen technische of andere hulpmiddelen vereist zijn. Door middel van training kunnen sommige blinden bijvoorbeeld horen of een deur open of dicht is. Andere vips zijn in staat geparkeerde auto’s waar te nemen. Maar lang niet iedereen bereikt hierin eenzelfde graad van perfectie, dus fiets nooit door het bos met je ogen dicht.

Overigens moest het leren van routes uiteindelijk toch samen gaan met het gebruik van de lange witte stok, zo leerde ik. Dus draaide mijn pols in de meest vreemde standen als de stok weer eens in een struik of graspol bleef hangen, terwijl de rolstoel en ik nog even doorreden. Ik leerde min of meer een rondje gedurende dat jaar van training en belde verder regelmatig met de geleidehondenschool. Ik denk vooral om mezelf gemotiveerd te houden.

Hoewel er blinden en slechtzienden zijn die zich prima met rolstoel en stok kunnen verplaatsen, merkte ik al snel dat dit voor mij geen optie was. Kennelijk belastte ik mijn stok-arm zo zwaar, dat ik gedurende deze periode van training soms maar een half uur achtereen kon computeren. Aangezien ik toen nog studeerde, vergrootte dit enkel nog mijn verlangen naar de geleidehond. Deze zou immers de overbelasting in de toekomst kunnen voorkomen.