Vroege mobiliteit

Over de kennismaking met rolstoel rijden, geleidehonden en mobiliteitstraining

Omdat ik toch niet zag waar ik heen ging, leerde ik pas rond mijn twaalfde rolstoel rijden. Dat gebeurde in een revalidatiecentrum waar ik na een operatie enkele maanden verbleef. Ik kende het internaatsbestaan van afstand, omdat ik thuis woonde en overdag de plaatselijke blindenschool bezocht, waar men zich over het algemeen lopend en op het eigen bekende terrein altijd zonder stok voortbewoog. In het revalidatiecentrum ging het echter heel anders toe. Wie dat kon verplaatste zich rijdend, lopen was een uitzondering. Wie zelf kon rijden benutte de gangen en lege ruimtes als speelgebied. Ik leerde, voortgetrokken door een ander kind, min of meer te rijden en de rolstoel te zien als even vanzelfsprekend als de witte stok, die door menig blind kind bij uitstapjes nog wel eens werd vergeten mee te nemen.

Mijn eerste kennismaking met geleidehonden moet zo rond mijn zesde jaar zijn geweest. Een handwerkjuf, een lieve al wat oudere dame, las ons regelmatig voor over een geleidehond die Max heette. Na Max ontmoette ik Ewoud, die echt was en wiens baasje echt prima liep. Pas rond mijn zestiende jaar, tijdens een demonstratiebijeenkomst van een geleidehondenschool, had ik het vage verlangen ook eens met zo’n hond te mogen lopen. Dat mocht, aan de arm van een begeleider, zo werd mij verteld. Maar ik gaf aan mijn inmiddels verkregen rolator, een looprekje op wielen, te willen gebruiken. Hiermee was ik tenslotte gewend te lopen. Een geleidehond in opleiding bezorgde mij vervolgens een heel enerverend half uurtje, en het idee dat er misschien meer mogelijk was op het gebied van mobiliteit dan lopen met een rolator op het afgesloten terrein van een blindeninstituut.

Tijdens mijn laatste jaar op het blindeninstituut, kreeg ik tenslotte toch nog mobiliteitstraining. Niet van de mij bekende docent, maar van een nog jonge ergotherapeute, die het ook niet wist maar wel mee wilde denken. Want hoe leer je als volledig blinde routes zonder stok? Lopen zonder rolator lukte niet. Lopen met rolator betekende onvoldoende ruimte voor het hanteren van de blindenstok. We hebben van alles geprobeerd. Van allerlei kastjes en brillen die piepten zodra we een opstakel naderden tot uiteindelijk een scootmobiel. Voor wie hiermee onbekend is: een scootmobiel is vergelijkbaar met een stevige elektrisch aangedreven rolstoel. Alleen is hij vaak, maar niet altijd, driewielig. Twee wielen achter, een wiel voor en de bediening geschiedt door middel van een stuur. Dat ritje is nu zo’n 16 jaar geleden, maar ik bewaar er nog goede herinneringen aan.

Mede door het uitproberen van al die hulpmiddelen, zag ik een blindengeleidehond enkel nog maar duidelijker als enige, voor mij werkende, mobiliteitsmogelijkheid. In die tijd had ik contact met verschillende geleidehondenscholen. De één wilde alleen een hond africhten wanneer ik zelfstandig zou kunnen lopen, de ander wilde uiteindelijk wel een geleidehond naast een rolator opleiden. Maar aan de scootmobiel wensten de erkende geleidehondenscholen waarmee ik toen contact had hun vingers niet te branden.